Onze-Lieve-Vrouw Medeverlosseres (2009)

Hoek Korte Leemstraat en Lange Leemstraat, Antwerpen

Dit beeld, van kunstenaar Frans De Vriendt, werd gerestaureerd in opdracht van Wijkvereniging Klein Antwerpen. De Vriendt is een bekend lokaal beeldhouwer, met specialisatie in hout en steen, die na zijn overlijden een straat naar zich kreeg vernoemd in Borgerhout.

De sculptuur werd in 1871 geplaatst op de hoek van de Korte en de Lange Leemstraat. Het gaat om een beeld in oölietenkalksteen met houten elementen.

Door het grote aantal verflagen was de steen bij de start van het project, dat volledig ter plaatse werd uitgevoerd, vrij intact. De rechterarm van Jezus zat wel erg los en werd bij aanvang van de werkzaamheden verwijderd.

De linkerhand en de scepter van Maria bleken na vrijlegging uit hout te zijn vervaardigd. Mogelijk werd dit gedaan omdat het blok waaruit de sculptuur werd gehouwen niet groot genoeg was. Een andere mogelijke verklaring is dat de kunstenaar hout gebruikte om deze delen fijner te kunnen uitwerken.

Ook de rechterhand van Jezus was in hout uitgewerkt. De vasthechting aan het beeld gebeurde met ijzeren doken, die te lijden hadden onder waterinsijpeling. De daaruit volgende corrosie zorgde voor barsten in de steen.

De sterren op de globe waren uit gips gemaakt en het merendeel was intussen verpoederd of vertoonde ernstige barsten.

De verschillende delen van het beeld telden acht tot negentien verflagen.

Bij het begin van de restauratie werden de ijzeren doken verwijderd en vervangen door exemplaren in carbon, dat niet kan corroderen.

Enkel de doken in de globe konden niet worden verwijderd zonder te veel schade aan te richten. Ze werden behandeld met tannine.

Op basis van twee goed bewaarde sterren werd een moulle gemaakt om nieuwe sterren af te gieten.

De rechterarm van Jezus werd opnieuw verlijmd met epoxy. Breuknaden werden weggewerkt en een lacune in de mantelplooi werd bijgewerkt.

Voor de afwerkingslaag werd gekozen voor een verf op oliebasis. Beide figuren, de slang en de globe kregen opnieuw hun oorspronkelijke kleur.

Op plaatsen waar meermaals goud of koper gevonden was, werden verguldingen aangebracht.

Het gevelveld achter het beeld werd vrijgelegd tot op de tweede laag, maar niet gerestaureerd. Het kreeg wel een beschermingslaag.

afb. 039